Alle berichten

Blog 3: In gesprek over de realiteit: de nieuwe moraal van de Nederlandse gemeente

Daar zat ik dan, in een kamer in het gemeentehuis van een Nederlandse gemeente. Een gemeente die ervoor heeft gekozen anoniem te blijven. Ik ben aangenaam verrast door het gesprek dat ik met een manager van zaken omtrent de huidige Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) heb gevoerd. Een aardige medewerker die eerlijk en uitgebreid antwoordde op mijn uitgeprinte lijst met vragen. Ik begrijp er nu al een stuk meer van. Nu jullie nog! Laat ik beginnen waar ik de vorige keer ben geëindigd, namelijk bij de regelgeving.

Voordat de nieuwe Wmo van 2015 van kracht werd, was het nieuwe kwaliteitsbeleid al klaar. Omdat ik vooral benieuwd was naar de veranderingen na 1 januari 2015 in de praktijk, moet ik bekennen dat ik niet veel gevraagd heb naar het nieuwe kwaliteitsbeleid. Het beleid is in ieder geval tot stand gekomen in samenwerking met andere gemeenten. Er is goed over nagedacht en daarbij moesten gemeenten het nieuwe beleid ter controle inleveren bij de overheid.

In deze blog wil ik het hebben over de overdracht van patiënten van de oude Wmo naar de nieuwe Wmo. Met alleen een nieuw beleid waren de Nederlandse gemeenten er helaas nog niet. Het beleid moest ook nog tot uitvoering worden gebracht. Één onderwerp kwam duidelijk naar voren bij deze overgang: het kantelprincipe.

Het kantelprincipe houdt in dat gemeenten na 1 januari 2015 anders zijn gaan kijken naar een burger. Een gemeente verwacht dat een burger meer eigen initiatief gaat tonen. Het idee hierachter is dat vanuit de nieuwe Wmo mogelijkheden moeten ontstaan, geen beperkingen. Zo verandert de zorg, zonder dat de kwaliteit achteruit gaat.

Maar wat houdt dit in voor de praktijk? De gemeente die ik hierover sprak, benoemde het volgende: “Een burger kan niet meer naar het gemeentehuis komen en zijn handje ophouden. Voorzieningen komen niet meer aanwaaien en de gemeente zal ook geen akkoord geven tenzij er goed naar de situatie gekeken is. De oude Wmo werd soms gezien als een soort Sinterklaas. Bij de nieuwe Wmo wordt de situatie bekeken aan de hand van het stellen van twee vragen: Wat kun je zelf? En: Wat voor hulp is er beschikbaar in je eigen sociale netwerk?”

Je zult begrijpen dat dit soort aanpassingen niet zonder slag of stoot worden geaccepteerd door burgers. Vooral in het begin ontstond er een zogenaamde ‘clash’. Tussen wie, vraag je je af? Tussen de gemeente en de wat oudere burgers die al een tijd zorg ontvingen. Er ontstond claimgedrag. Opmerkingen zoals: “Ik heb altijd betaald. Nu vraag ik eens iets van jullie en dan krijg ik het niet!”. Het afhandelen van zulke klachten is lastig, vertelt de medewerker van de gemeente. Het is een gevoel van onrecht dat mensen ervan krijgen. Rationele argumenten, zoals het inperken van de kosten, zullen dan ook niet altijd goed ontvangen worden. Toch is dit volgens de gemeente de enige manier om op dit soort kwesties te kunnen antwoorden. De gemeente heeft op dit moment niet meer de mogelijkheid om voor Sinterklaas te spelen.

Van de burgers die voor het eerst zorg ontvingen binnen de nieuwe Wmo, kreeg de gemeente vrijwel geen klachten binnen. Waarom? Zij wisten niet anders.

In de volgende blog ga ik het hebben over de overgangsregeling van zorg en het afsluiten van zorgcontracten, waarin het kantelprincipe natuurlijk een grote rol speelt.

Loïs Kuipers

Junior Consultant - AP Support

Loïs Kuipers is Junior Consultant bij AP Support. Ze heeft interesse in gezondheid en zorg, zowel in het dagelijks leven als op professioneel gebied. Ze houdt zich daarom graag bezig met ontwikkelingen op beide gebieden!

Nieuws

Gerelateerd nieuws

Lees meer >