Alle berichten

Toenemende druk op de aflossingsvrije hypotheek

Door Claire Houps

Ongeveer 30% van alle woningbezitters heeft in het verleden een aflossingsvrije hypotheek afgesloten. De laatste tijd voeren AFM en DNB de druk op kredietverstrekkers op om klanten proactief te informeren over de risico’s en om oplossingen aan te dragen. Dat klinkt eenvoudig, maar is het dat ook? Lees verder als je wilt weten waarmee je rekening moet houden in dit dossier.

Omvang
Volgens DNB bestaat meer dan de helft van de Nederlandse hypotheekschuld uit leningen waarop niet regulier wordt afgelost. In totaal beslaat dit een bedrag van 340 miljard euro. 870.000 klanten hebben zelfs een volledig aflossingsvrije hypotheek. De hypotheek wordt aflossingsvrij genoemd, maar dat is hij in feite alleen gedurende de looptijd van meestal 30 jaar. Aan het eind van de looptijd moet de lening worden afgelost. DNB voorziet dat met name in de jaren 2033-2038 fricties zullen optreden. Dan loopt voor ruim 700.000 huishoudens de aflossingsvrije lening af. Dit kan tot problemen leiden omdat klanten vaak onvoldoende hebben gespaard om de hypotheek terug te kunnen betalen. Daarnaast is het inkomen vaak lager na pensionering. Bijkomend probleem is dat klanten vanaf dat moment geen hypotheekrenteaftrek meer hebben, omdat de dertigjaarstermijn is verstreken.

Een passende oplossing aanbieden
De AFM wil dat huiseigenaren met mogelijk problematische hypotheken passende oplossingen krijgen. Het begrip “passende oplossing” vinden we in artikel 8.5 van de Nadere Regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen (hierna: Nrgfo). Daarin wordt aangegeven dat een specifieke groep klanten met een zogenaamde niet-opbouwende beleggingsverzekering een passende oplossing moet worden geboden. Met passende oplossing wordt bedoeld dat als een klant niet kan worden bereikt of de klant geen weloverwogen keuze heeft gemaakt ten aanzien van zijn beleggingsverzekering, de verzekeraar een aanpassing moet doen in de verzekering. Het begrip activeren staat in artikel 81b van het besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft: het aanzetten tot en ondersteunen van klanten zodat die inzicht krijgen in de financiële situatie van hun (beleggings)polis, overzicht krijgen van hun verbetermogelijkheden en, indien gewenst, stappen ondernemen om hun situatie te verbeteren.

Voorgestelde aanpak

Het Financieel Stabiliteitscomité, waarin De Nederlandsche Bank (DNB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en het ministerie van Financiën zitting  hebben, riep in november 2017 kredietverstrekkers op om een gerichte aanpak te ontwikkelen en intermediairs daarbij te betrekken. Deze aanpak zou onder andere de volgende elementen moeten bevatten:

  1. Risico-identificatie: het segmenteren van klanten naar risicoprofiel, en het verbeteren van de informatie over de financiële positie van klanten, waaronder aan de hypotheek verpande vermogens.
  2. Proactieve klantbenadering: het gebruiken van contactmomenten om klanten inzicht te geven in hun situatie en in de mogelijkheden om hun risico te verlagen, bijvoorbeeld door klanten te wijzen op de mogelijkheid om de ruimte die ontstaat bij lagere rentelasten in te zetten voor het verlagen van de aflossingsvrije schuld.
  3. Maatwerk: het ontwikkelen van een effectieve aanpak die differentieert naar risicoprofiel, en die de meest risicovolle klanten snel handelingsperspectief biedt.
  4. Informatievoorziening: het inrichten van een centraal informatiepunt waar huishoudens terecht kunnen met vragen en waar mogelijke oplossingen worden toegelicht.

 

In maart 2018 werd bekend dat de AFM, ING en Florius in een gezamenlijk initiatief gedragswetenschappelijke experimenten hebben ingezet om consumenten te activeren en daarmee financiële problemen te voorkomen. In het onderzoek onder consumenten met een aflossingsvrije en beleggingshypotheek blijken een sms, een slim opgestelde brief en een voucher die bijdraagt aan de advieskosten, kwetsbare consumenten te kunnen activeren.

De grootbanken hebben al aangegeven dat een forse ondercapaciteit dreigt indien zij al deze klanten zelf proactief moeten benaderen. Er zou dan zelfs geen capaciteit meer zijn om nieuwe hypotheken te verstrekken. De AFM benadrukte in een reactie hierop dat in eerste instantie de meest problematische groep kan worden benaderd. De banken zijn er niet gerust op en dat gevoel komt natuurlijk ergens vandaan. Gedurende zeven jaar hebben de verzekeraars te maken gehad met toenemende druk vanuit AFM en DNB, klantgroepen vastgesteld, plannen gemaakt en weer herzien door wijzigende inzichten bij de toezichthouders. Ervaring leert dat het beter is om er op tijd mee te beginnen!

Claire Houps

Beschikbaar als Projectleider | Beleidsadviseur | Teammanager

Nieuws

Gerelateerd nieuws

Lees meer >